Markten, tempels, grenzen en nog meer markten

Donderdag 12 oktober

6 uur gaat de wekker. Vandaag gaan we met de Green Bus naar Chiang Rai. We laten de grote koffers in het hotel en nemen de kleintjes mee. We gaan er immers maar voor 3 nachten heen. Om 7.15 uur worden we opgehaald. En ver voor half 8 staan we al op het station. We drentelen wat heen en weer want onze bus is er nog niet. Rond 8 uur is hij er en we vertrekken ietsje later dan 8.15 uur. Het zijn royale zitplaatsen met een soort van ligstoelen. We zaten eerst op de verkeerde plek. Op ons kaartje bleken stoelnummers te staan maar ja dat Thais lezen… Ga je ook een keer met de bus doe dan warme kleren aan. Of in ieder geval iets met lange mouw. Het is er fris. En oja iets voor in je nek. Het tocht. Maar voor de rest heel prima te doen!

Het is een bochtige weg, dus je slingert je hele stoel door. Die kun je naar achteren klappen en er zitten voetensteunen bij. Je moet er wel even aan huffen, het is natuurlijk al wel wat verouderd.

Maar wel een hele mooie weg. Prachtige landschappen, tempels, rijstvelden, vele banenenbomen kortom schitterend.

Ruim 3 uur later komen we aan in Chiang Rai waar we wederom niet worden opgewacht. We hadden nog wel een telefoontje ontvangen waarin ons werd vermeld dat we bij het laatste station moesten uitstappen. En dat hadden we dus ook gedaan. Na een dikke twintig minuten komt er een dame aangelopen die ons zocht. Zij stond ook ergens aders te wachten. Tuurlijk. Het “oude” busstation bestaat uit een grote modderpoel met aan een kant wachtenden. Onder andere wij. En we hebben nog een rondje gedaan. Maar het maakt allemaal niet uit we gaan naar ons hotel. 2 minuten verder op. Mooie kamer met keiharde bedden. Daarna de stad verkennen. Eerst even een drankje doen en daarna de tuktuk gepakt om naar de witte tempel te gaan. WOW wat is die mooi. We troffen het met het weer. Zon en wolken en een blauwe lucht dus de tempel kwam mooi uit. De tuktuk bleef op ons wachten en na een klein uurtje tuffen we weer 13 km terug naar Chiang Rai. ‘S avonds lopen we over de Night market en eten we weer wat lekkers. Alhoewel dat wel een dingetje was. Het was er nl erg druk. Dus de spring rolls waren koud. De saté was gefrituurd ipv gegrild. De Pad Thai was heerlijk. We hadden beiden een bordje besteld. We kregen het echter op 1 bord…….. Nou ja moet kunnen. Dus wij smikkelen en smullen. We wilden net gaat betalen tot bord 2 kwam. Blijkbaar hoeven we niet te delen 😦

Vrijdag 13 oktober

Dag van het overlijden van koning Bumibol vorig jaar, bleek. We worden daar Jijie (onze gids) en Daap (chauffeur) opgehaald in een mooie SUV. Vandaag bezoeken we de bergstammen. We rijden in noordelijke richting naar Doi Mae Salong, richting de bergen. In dit dorp, prachtig gelegen tussen de heuvels wordt de beste thee van Thailand geproduceerd. In 1961 vestigden zich hier vele Chinese vluchtelingen. Alles is groen, alle kleuren groen. Echt prachtig. Veel bananenbomen, rijst, thee, mais. De auto zoekt al slingerend een weg naar boven. Daap rijdt rustig en erg prettig. Het weer is afwisselend. Soms verwacht je een bui, maar die komt niet. Als de zon zich laat zien is het heet, maar het geeft de kleuren groen nog meer kracht.

Al snel zijn we beide de eerste bergstam, de Jisoou. Omdat gewassen aan het groeien zijn en er niet zoveel werk op het land is hangen de volwassenen een beetje rond. De kinderen hebben vrij van school en we hebben dan ook gelijk een hele rits om ons heen die wat willen verkopen. De hele rondgang door het dorp lopen ze mee om hun waar aan te prijzen. Het is een eenvoudig dorp met verschillende hutten. De kippen lopen los rond. M praat Nederlands met de kinderen. En vertelt dat ze er prachtig uitzien en hele mooie spullen hebben. De kinderen moeten lachen. Bij het winkeltje waarvan de opbrengst ten goede komt aan de gehele gemeenschap kopen we drinken voor de Jijie en Daap en voor onszelf. Dan gaan we naar de kleine markt van Mae Salong. Daarna hebben we een heuse theeceremonie met Oolong thee bij een supergrappig vrouwtje met hele vuurvaste handen. We krijgen 4 soorten thee voorgeschoteld. Oolong, bloemen, beauty en detox thee. We moeten dr van plassen :0. Via het dorpje van de Akha gaan we naar onze lunchplek. Het dorpje van de Akha’s is behoorlijk authentiek. Sinds een paar maanden loopt er een betonnen pad door het “dorp”. Ze zijn aangesloten op elektriciteit en hebben waterreservoirs waarin ze in de regentijd het water opvangen. Dit is geleverd door de overheid. In dit dorp komen nog niet veel toeristen langs. De huizen maken ze zelf van hout. De jongeren zijn baldadig en voor we het weten worden we bijna bekogeld met water. De jongens liggen in een deuk en Jijie maant ze tot kalmte. We eten Chinees. In een mum van tijd staat er een verse maaltijd voor ons klaar. Groente gerechten, vlees, rijst, bapao. Meloen en een kopje koffie als dessert. Prima. Dan bezoeken we een theeplantage.

Bomen op de foto, theesnoepje genuttigd en door. Op naar de langnekken. We rijden door de bergen, dus erg bochtig maar nog steeds erg mooi. We gaan naar een soort reservaat. Zij zijn in Thailand “illegaal”. Deze langnekken komen uit Myanmar en hebben ook nog steeds deze nationaliteit. Zij mogen daarom niet werken en leven van het toerisme en verbouwen wat groente. We wisten dat het zeer toeristisch zou worden, dat was het ook. Maar al sinds M haar toeristische opleiding wilde ze al deze mensen ontmoeten. Nou het was eindelijk zo ver. Ze waren superaardig. Alle foto’s geschoten en een kleinigheidje meegenomen. Toch een mooie afsluiting van een interessante dag. We hebben veel geleerd van Jijie over de Thai en haar cultuur. We gaan nog even wat drinken bij een barretje hier in de buurt. De meesten zijn gesloten ter herdenking aan de koning. Ook bij “ons” barretje kun je geen alcohol krijgen. ‘S avonds slenteren we weer over de nightmarket. We gaan het nog een keer proberen bij Sawaddee op de nightmarket. Nu kun je weer alcohol krijgen. En de manager van Sawaddee vond het zo leuk dat we er weer waren dat ze persoonlijk er voor zou zorgen dat het vanavond goed komt. En dat kwam het. Heerlijk gegeten!

Zaterdag 14 oktober

R is al dikke maatjes met de eierbakster van het hotel. Krijgt M een half theelepeltje van alles in haar ei. Bij R worden dat wel drie scheppen van elk :). Vandaag rijden we naar Mae Sai, gelegen aan de gelijknamige rivier die op dat punt de grens met Myanmar vormt. Er ligt hier een brug, over de rivier, waar een levendige handel plaatsvindt tussen de Thais en de Birmanen. De plaats Mae Sai is de noordelijkste stad van Thailand. Een monument geeft hier aan dat we op het meest noordelijke punt van Thailand zijn.

Voordat we verder mogen gaan we eerst met de meneer van de tourist police op de foto. Na deze plichtplegingen gaat het monument op de foto en daarna lopen we naar de brug. Voor 500 baht p.p. mogen we Myanmar in. Dat vinden we te duur. Dus we bekijken het wel vanaf deze kant.

We hebben overigens gisteren bijgepraat met een Schot die met een motor door Myanmar was getrokken. Hij was niet onverdeeld enthousiast. Hij werd vaak geweigerd in hotels. Toen hij naar het noorden (350 km) had gereden mocht hij niet verder en moest hij maar weer terug gaan. Erover discussiëren was er niet bij. Bij de grens mocht hij ook niet verder door zijn motor. Deze motor had hij in Myanmar gekocht. Uiteindelijk heeft hij de motor daargelaten en zo doorgetrokken naar Thailand.

Bij de brug staan we even stil. Het is een komen een gaan van mensen van beide kanten. Halverwege de brug moet de rijders van kant wisselen. In Thailand rijden ze links en in Myanmar rechts. Dit gaat altijd net goed. We zien ook iemand van de brug naar beneden springen en die zo richting Myanmar loopt. Ook Thai hebben een visum nodig. Veel mensen uit Myanmar werken in Thailand. Je kunt tussen 6 uur en 20.00 uur de grens passeren. ‘S nachts niet.

We lopen nog over de markt. Blijkbaar kun je ook winkelen op je scooter. Het is alleen zo lullig als je iedereen raakt. Afijn het is er lekker druk en goedkoop. Maar we zijn een beetje uit de markten. Dus we laten de portemonnee dicht.

Wel leuk om hier geweest te zijn. Hierna gaan we verder naar de Gouden Driehoek. We bezoeken het drielandenpunt van Thailand – Myanmar – Laos. De gouden driehoek werd vroeger verbonden met de papaverteelt en de handel in heroine. Vanaf het drielandenpunt hebben we een prachtig uitzicht over de drie landen. De zon schijnt en de rivieren en het groene landschap komen mooi uit.

We bezoeken het House of Opium Museum. In dit museum zijn veel voorwerpen die gebruikt werden bij het maken en de handel van opium. Hier ben je snel doorheen.

Dan gaan we lunchen. Een warm buffet. Warm kennen ze niet echt. Het is meer een koud buffet wat iets lekkerder was geweest als het warm was :).

Na de lunch maken we een boottocht over de Mekong rivier naar Don Sao, gelegen in Laos. We moesten daarom vandaag ons paspoort meenemen. Het stomme is dat je je paspoort daar ook achter moet laten anders mag je niet in de boot. We vinden dat niet erg prettig, maar uiteindelijk doen we het wel. Nu je gelooft het niet, maar we hebben weer een kamikaze piloot. We scheuren over het water, niet normaal. M haar fototoestel levert bijna een schedelbasisfractuur op bij het maken van foto’s. Eind resultaat: alles kan weg. Wazig, briek, flut. Uit de reisgids: In Laos bezoeken we een gezellige lokale markt, waar van alles te koop is. U kunt hier met Thai’s geld betalen. Hierna varen we weer terug naar Thailand. In het echt: een markt met spullen die je door heel Thailand ziet met handelaars die je achterna zitten. Wat nieuw is, je vindt er whiskey met slangen, tijgerpenis of schorpioen. Neptassen van merken als Louis Vuitton. Dus je begrijpt we moeten een extra koffer aanschaffen.

Tot slot bezoeken we in Chiang Saen de Wat Chedi Luang. De chedi is 18m hoog en heeft een achthoekige voet. De tempel is gebouwd in 1290 door koning Saen Phu. Jonge monniken zijn met de tuin bezig en hebben dikke pret. Prachtig om te zien. Dan tuffen we weer naar ons hotel.

Zondag 15 oktober

Vandaag weer terug naar Chiang Mai. Om half 9 worden we opgehaald om de bus van 9 uur te halen. We hebben dezelfde zitplaatsen en hebben een prettige rit. Bijna bij het busstation leggen we een wedje of er iemand op ons staat te wachten. R denkt van wel, M denkt van niet. Nou noppes, nada, niemand. Wij in een rode taxi bestelauto. En worden netjes afgeleverd bij Duangwatan voor weinig. We kunnen gelijk al op onze kamer…ennnn we hebben zachte bedden!!!

We gaan met de tuktuk naar de Riverside. Een etablissement die al in het boekje van R stond van 25 jaar geleden. Ooit door Nederlanders opgericht. Nu zitten er verschillende nationaliteiten in. Wat gedronken en heerlijke garnalen loempia’s gehad. En toen begon het regenen. We raken nog aan de klets met de Britse eigenaar. Heel verhaal over de boten die ze hebben. Blahblahblah niet interessant. We belanden uiteindelijk weer in een rode taxi en genieten van een heerlijke oliemassage en heerlijk eten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s